dinsdag 22 juli 2014

Papier de tenture

Papier de tenture, u raadt het al: behangpapier! Via mijn huisschilder kon ik de hand leggen op een fraai stalenboek. Prachtig materiaal om op te werken. Zie hier de eerste experimenten.




















maandag 12 mei 2014

Kubisme

Kubisme interesseert me nog steeds. Het is het begin van modernisme, het begin van de echte moderne kunst. Als het kubisme niet door Picasso en Braque ontwikkeld was, dan is de vraag hoe de kunst zich zou hebben ontwikkeld. Want door hun werk wordt kunst een vorm van logica, sommigen spreken zelfs van algebra. In de beginjaren van de twintigste eeuw, net voor WO I gebeurt er van alles. Modernisme ontstaat, maar tegelijkertijd ook de moderne wetenschap, met onder andere Einstein die werkt aan zijn relativiteitstheorie. Kwantumfysica wordt ontdekt. Tussen de fysische wereld en de kunstwereld zijn parallellen te trekken. De geleidelijke evolutie verandert in een schoksgewijze ontwikkeling. Het is een uitdaging om dat in een beeld vast te kunnen leggen. Vandaar hier een voorzichtige poging, die ongetwijfeld nog veel vervolg zal krijgen.

vrijdag 18 april 2014

grafitti 7

Opnieuw een wandeling gemaakt langs de Amsterdamse Brug. Veel nieuw werk, opmerkelijk: de Syrië schildering is nog steeds onberoerd. Waardering en respect! veel nieuw werk, kwaliteit van goed tot matig. maar, nog steeds, er is vooruitgang te zien bij het kiezen van thema's. De lettertypen blijven populair, maar worden beeldend steeds verder uitgewerkt. Het woord is geen boodschap, maar het beeld blijft over. Agressie wordt langzaam verdrongen door esthetica en humor. Een positieve ontwikkeling!

 























 


 



 

vrijdag 4 april 2014

ER WAS EENS: vertellen als sociale gebeurtenis

Daarom moet ik steeds terug / naar al die plekken in de toekomst / om mezelf te ontmoeten / en te blijven onderzoeken,/ met de maan als enige getuige”

Dit schreef de Chileense dichter Pablo Neruda.[1] Deze regels zouden als een oplichtend gedicht boven de tentoonstelling moeten kunnen zweven.
 De kunst van het vertellen is oud, even oud als cultuur zelf.   Verhalen ontstaan waarschijnlijk op het moment dat de mens voldoende bewustzijn heeft ontwikkeld om cultuur te maken. Tradities, ervaringen en emoties vinden hun vorm in de vertelling en zijn daardoor dragers van cultuur. De oorsprong van de epische gedichten van Homerus zijn in oorsprong oraal. Homerus was de dichter / zanger die deze heldensagen en mythen die al eeuwen in zijn cultuur leefden vorm heeft gegeven.
Door verhalen te vertellen geven mensen de cultuur van hun samenleving door. Vertellen is een  manier van kennisoverdracht. Als mensen een verhaal vertellen,  ontmoeten zij ervaringen en emoties in plaats van objectieve feiten. Men verhaalt van gebeurtenissen waarvoor men zelf geen verklaring geeft. De verteller legt niet uit, maar is een verslaggever die door de bril van één concreet personage kijkt. De toehoorder zal zijn verhaal wel of niet begrijpen en de verteller bevindt zich in de positie dat hij eigenlijk met lege handen staat. Hij moet er maar op vertrouwen dat de ander zich een voorstelling van het vertelde kan maken. Hij is een bruggenbouwer die in plaats van feiten door te geven zich wil verplaatsen in de ervaringen en emoties van de ander. Motieven en achtergronden wil hij van binnenuit begrijpbaar maken en soms maakt hij  ontwikkelingen bespreekbaar die maatschappelijk in de taboesfeer liggen . Hij zal vertrouwen moeten uitstralen zodat de toehoorder hem echt kan ontmoeten en met hem zijn ervaringen kan delen. Zo wordt vertellen een sociale gebeurtenis.
De tentoonstelling ER WAS EENS wil een verhaal vertellen. Bij de eerste presentatie van het idee om een grote collectietentoonstelling te organiseren was verhalen vertellen al een sleutelwoord. En nu is de tentoonstelling gerealiseerd en is het aan de bezoekers om hun eigen verhaal te maken. Gelukkig krijgen zij hulp. De chronologische indeling geeft overzicht en er is een handzame catalogus. De tentoonstelling opent met een introruimte met materialen en hulpmiddelen die een aanzet tot vertellen geven. Een fantastische vondst is de zaal op de eerste verdieping die fungeert als een interactieve tentoonstellingsruimte en die de bezoekers de kans biedt om hun eigen verhaal zichtbaar te maken in een persoonlijke en eigenhandig samengestelde tentoonstelling. De tentoonstelling biedt beelden aan, de kijker maakt zijn eigen context. Althans dat is de bedoeling. En, om een ander beeld te gebruiken, wie durft in deze tentoonstelling buiten de lijntjes te kleuren als bewijs van een goede verteltechniek? Wie kan zich de rol van grensverlegger aanmeten? Of bent u de epigoon, die zich bewust is van het feit dat hij in de gedaante van een ander het meest zichzelf is?
Een collectietentoonstelling samenstellen vraagt om uitgangspunten. De maatschappelijke gerichtheid van het tentoonstellingsbeleid moet terug te vinden zijn in de presentatie. Want als men een verhaal wil vertellen moet dat in de samenstelling en vormgeving zichtbaar worden. Gelukkig bieden de curatoren Charles Esche, Christiane Berndes en Diana Franssen hulp. Zoals  in de begeleidende catalogus te lezen is, zijn de gebeurtenissen in de jaren 1968 en 1985 cruciaal voor de culturele en politieke ontwikkeling van het Westen. En wie de inleidende teksten van elke zaal goed in zich opneemt, herkent deze maatschappelijke gerichtheid. Vooral de zaal die een accent legt op feministische kunst is daar een treffend voorbeeld van. Het fotografisch statement van Lynda Benglis als reactie op de door fascisme getekende foto van Robert Morris is exemplarisch.
Door beelden als sleutelwoorden te gebruiken in de expositie vermoedt de kijker met een ‘waarheid’ geconfronteerd te worden: een poging de spanning in de tentoonstelling op te bouwen door het aanbieden van gerichte teksten, door tijd te vertragen of te versnellen met het aanbod van kunstwerken en door onverwachte standpunten in te nemen. Archiefmateriaal intensiveert de vertelling. Dit zorgt voor accenten die het verhaal in een bepaalde richting kunnen sturen. Video fungeert soms als het Japanse Kamishibai kastje, waarin videobeelden lijken op verschuifbare illustraties. Eigenlijk missen we de Indiaanse ‘Talking Stick’, het ritueel waarin men een voorwerp in de hand gedrukt krijgt waarna hij het woord moet voeren.
De maatschappelijke ondertoon van de tentoonstelling biedt de bezoekers kansen om eigen accenten te leggen. De inleiding van de catalogus schrijft: "Elke gebeurtenis creëert nieuwe mogelijkheden." Het citaat van Alain Badiou is het waard om hier herhaald te worden:

Een gebeurtenis is de schepping van een nieuwe mogelijkheid. Een gebeurtenis verandert niet alleen het reële, maar ook het mogelijke. Een gebeurtenis bevindt zich niet op het niveau van het simpelweg mogelijke, maar op het niveau van de mogelijkheid van het mogelijke’"

Dit is een oproep tot creativiteit: creëer mogelijkheden die geboden worden door een enkel feit, probeer divergerend te denken. Deze collectiepresentatie is een oproep tot creativiteit. Hier wordt Descartes a.h.w. tegengesproken door het besef dat je nu iets moet dóen om te weten dat je bestaat. Denken als besef van bestaan is secundair. De tentoonstelling daagt uit tot doen en je kunt het pas echt goed als je niet weet dat je er mee bezig bent.
 Een goed verteller houdt rekening met zijn publiek. Wat is de intellectuele achtergrond? Hoe groot is mijn publiek? Schat in hoe het publiek reageert? Kunnen beelden associaties oproepen waarbij onbewuste gedachten bij een publiek zichtbaar worden en dat men ervaart dat deze gedachten juist en bruikbaar zijn?
Natuurlijk mag iedereen ook gewoon rondlopen en onbekommerd kijken en genieten van de prachtige kunst. Daar is niets mis mee. Voor velen zal Er Was Eens een hernieuwde kennismaking zijn met inspirerende kunstwerken. Het is net als met lezen: de ware lezer is de her-lezer, in dit geval de her-kijker.

Het wordt nu tijd om een paar verhalen te maken. Aan u en mij de eer om de komende vijf jaar deze verhalen vorm te geven. 


[1] Pablo Neruda, ’De Wind’, uit: ‘Einde van de Wereld'



 

woensdag 19 februari 2014

Videokunst in 7 + 1 fragmenten

1 Natuurlijk kent u het werk van Hiëronimus Bosch: Triptiek van De Tuin der Lusten
Hiëronimus Bosch
detail uit de Tuin der Lusten, 1511
(1511). Bosch beschikte in zijn tijd niet over de technische mogelijkheden om zijn beelden te laten bewegen, Was dat mogelijk geweest,  dan hadden we met de eerste video installatie te maken gehad. Links zien we het hemelse aardse paradijs, rechts het contrast met de helse visioenen, centraal datgene wat het leven mogelijk zou kunnen bieden. Niet alleen de driedelige opzet en het gelijktijdig tonen van beelden die elkaar versterken, maar ook het gebruik van instrumenten en gereedschappen in de voorstelling om gewenste effecten te kunnen bereiken is nieuw. Bosch laat een beeld zien van een ruimte waar je doorheen kunt reizen. Een soort geestelijke geografie. Hier kunnen ideeën worden gecombineerd. Elk idee krijgt zo opnieuw zijn eigen inhoud, de context kan alle ideeën elke kant op sturen. Hier worden nieuwe werelden geschapen.





John Baldessari -
 Baldessari sings Sol Lewitt, 1972
2 Wat maakt een video tot videokunst en waarom is een speelfilm geen videokunst? In een gesprek zei iemand ooit tegen mij dat een video maken een manier is om een eigen wereld te scheppen, het maken van een film daarentegen is te vergelijken met een smalle straat. De persoonlijke benadering van het gekozen onderwerp is anders. In de video kiest men meestal uit een drietal mogelijkheden: je bent zelf het onderwerp, de omgeving of een abstract beeld. Deze drie benaderingen kunnen eventueel in een werk worden gecombineerd. Videokunst behoeft zich niet vast te klampen aan een verhaal met begin, ontwikkeling en einde. Kunstenaars gebruiken video als de natuurlijke uitgroei van hun werk met andere media. Video is een middel om ruimte en tijd als parameters in hun werk zichtbaar te maken.

Yael Bartana
Mur i Wieza, 2009
3 In 1970 begint Hein Reedijk  zijn werk als conservator in het Van Abbemuseum. Het zijn de jaren van Jean Leering. Het streven van Leering om de kunst laagdrempelig te maken vanuit  publieksvriendelijke motieven sprak Reedijk aan. Hij vroeg zich af of videokunst voor iedereen is. Deze vraag werd al in 1974 in de ‘open circuits conference’ van het MoMA centraal gesteld. Reedijk sluit zich daar bij aan en benadrukt de relatie die er is tussen televisie en video en de macht die daar door wetenschappers aan wordt toegekend om sociale veranderingen tot stand te brengen.

El Lissitzky
Proun, ontwerp straatversieringen, 1921
4 En nu weer even een stap terug. Naar El Lissitzky die een visionair idee te berde brengt in het Gutenberger-Jahrbuch van 1926/27. Telkenmale als een vinding zijn hoogtepunt heeft bereikt, reageren onze zintuigen automatisch in verminderde mate volgens Lissitzky. Het beeld dat liters inkt of verf nodig heeft om te materialiseren, moet daarom volgens Lissitzky gedematerialiseerd worden. De fotografie schept nieuwe wegen om dat te bereiken. Er breekt een nieuwe tijd aan voor een artistieke en technische visie op de drukkunst. Uiteindelijk zal het medium film alle andere vormen overbodig maken. Video zou voor Lissitzky een godsgeschenk zijn geweest!

Moholy -Nagy,
Raum der Gegenwart, 1930
5 Bauhaus: film is hier de voorloper van de video. Moholy-Nagy wilde in zijn
constructivisme het romantische ideaal vervangen door een kunst van bewustzijnsvorming. Film kon volgens hem daarvoor het geschikte medium zijn. Door de montagetechniek kon hij een ander verhaal vertellen in het tijdperk van de reproduceerbaarheid van Walter Benjamin. De apparatuur die gebruikt wordt is niet  van belang. Technische faciliteiten ontwikkelen zich snel, het gaat immers om het realisme van de nieuwe werkelijkheid. Door te balanceren tussen abstracte en socialistische bewustzijnsexperimenten wil hij de kloof dichten tussen het avant-gardische materialisme en de feitelijke leefwereld van het publiek. Zijn filmisch verhaal weerspiegelt de wensen en dromen en de angsten van het publiek.

David Maljkovic,
Scene for New Heritage, 2004
6 Wat is videokunst? Als men het definieert als het vastleggen van beelden via elektronische weg is dat misschien iets te beperkt? Toch zullen we het er mee moeten doen. Een analyse van het fenomeen videokunst richt de aandacht op het volgende. Videokunst wordt gemaakt door een kunstenaar die hierdoor zijn artistieke programma verder uitwerkt. Zijn beeld is niet commercieel of journalistiek, maar een persoonlijke expressie en overtuigt door culturele en artistieke overtuigingskracht. De context van het werk is van belang. Kunst is een communicatiemiddel. Kunst die gemaakt wordt om niet zichtbaar te zijn, is verloren. De context van de galerie en het museum brengt videokunst in aanraking met het publiek.

Deimantes Narkevicius,
Energy Luthania, 2000
7 Virtual Reality, de kunstmatige werkelijkheid zal de echte werkelijkheid vervangen. De ontwikkelingen in de computertechniek maken het nu al mogelijk om thuis of in het museum de meest opwindende landschappen en gebeurtenissen te betreden. Internet laat ons ronddwalen door collecties van musea. Via You Tube is de meeste videokunst al in huis te halen. Kunst ervaren is vanaf nu niet meer het exclusieve domein van galerie en museum. De wereld verandert in een dermate hoog tempo dat instituties andere functies moeten gaan ontwikkelen. Musea zijn geen opslagplaatsen meer van kunst en cultuur. Musea worden plaatsen waar men de adem van de maatschappij over zich heen kan laten waaien, met dien verstande dat het steeds verstandiger en mogelijk wordt om ook terug te blazen. Interactiviteit! Mediakunst in al zijn vormen zet de deur naar die interactiviteit steeds verder open. Dat is wennen voor velen, soms lijkt het of het museum met zijn rug naar het publiek staat, hoewel datzelfde publiek in het dagelijkse leven interactiviteit als het hoogste goed omarmt!

William Kentridge,
Refusal of Time, 2007
+ Als men iets zichtbaar wil maken, moet men bewegen. Dat is een oeroude wet. Het dier in het bos staat doodstil om onzichtbaar te zijn voor de jager. Beweging is daar dodelijk, maar in musea maakt beweging kunst zichtbaar. We leven nu en kunnen niet proberen in het verleden te leven. Nieuwe materialen en nieuwe technieken zijn altijd in de kunst motieven voor vernieuwing geweest. Bedenk bijvoorbeeld  wat olieverf voor de Vlaamse Primitieven betekende en wat een stoot extra energie dat gaf aan de kunst van het westen! Het gaf de schilder door de trage droogtijd de kans om zijn wereld en leven gedetailleerd te verbeelden. Daarom, geniet nu van Bruce Nauman, Tony Oursler, Manon de Boer, Artur Zmijewski, , John Baldessari en vooral van Mark Lewis en William Kentridge.